Uitgeverij Vleugels

van ’t hoffstraat 27
2665 jl bleiswijk
t 06 30 49 77 49
info@uitgeverijvleugels.nl

ernst jandl

poëzieklysma

2017 / vertaling: erik de smedt / oplage: 300
48 pagina’s / isbn 978 90 78627 38 8 / € 19,95

Met de bundel idyllen (1989), waaruit hier 33 gedichten werden vertaald, rekent Jandl af met al wat er expliciet en impliciet van poëzie wordt verwacht, ook van die van hem. 

Zo herziet hij ook zijn eigen imago van onvermoeibare taalvernieuwer. Waar hij vroeger rijm en metrum als traditionele lyrische elementen vermeed, haalt hij die nu, zij het vaak provocerend ironisch, zijn gedichten binnen. Dichterlijke inspiratie wordt teruggebracht tot ambachtelijk werk. Zelfs het writer’s block blijkt aanleiding te kunnen geven tot geïnspireerde gedichten. Hoge en lage registers worden vermengd. Volstrekt onpoëtische, zelfs pijnlijke onderwerpen uit de privésfeer zoals depressie, slapeloosheid, impotentie en andere gebreken van lijf en leden, komen vrijuit ter sprake.

De dichter die in zijn burgerlijke leven zoveel behoefte had aan orde en vaste gewoonten laat in zijn poëzie ongeremd zijn duivels los. Wat in de maatschappelijke omgang niet bon ton is, wat bij voorkeur taboe blijft – ziekte, ouderdom, dood – staat hier in de schijnwerpers. Echter niet als een vorm van exhibitionisme en egocentrisme, maar uit een streven naar waarachtigheid, in een bevrijd en bevrijdend spreken. ‘Kunst’, zegt Jandl, ‘bestaat er onder andere in dat je je van boeien kunt ontdoen of ze kunt breken, waar niemand die tot dan toe heeft opgemerkt.’

Op de map met voorstudies van de allesbehalve lieflijke ‘idyllen’, bewaard in het literatuurarchief van de Österreichische Nationalbibliothek, schreef de dichter als titel het neologisme ‘Lyrikklistier’. Een ‘poëtische darmspoeling’ voor alles wat hem kwelde, maar ook voor wat hem een leven lang tegenstond in een al te harmonische kunst- en literatuuropvatting: schone schijn, verdringing en gepronk met eeuwige waarden. De dichter plaatst er een vrolijk materialisme, een schaamteloze openheid en relativerende (zelf)spot tegenover. Ondanks alle weerzin en negatie kun je tussen de regels door toch een groot ‘ja’ lezen: koppige levenslust, vertrouwen in liefde en schoonheid. ‘Ik wil gedichten schrijven die iemand niet koud laten’, zei Jandl. Dat geldt zeker voor deze idyllen, al bezorgen ze je soms koude rillingen. 

Links | ernst jandl